Bijgewerkt op 7 oktober 2026
Klik je op de live kaart op een schip, dan zie je vaak drie identificaties: een MMSI-nummer, een IMO-nummer en een roepnaam. Ze lijken op elkaar, maar ze hebben elk een andere functie. Het belangrijkste verschil: het IMO-nummer blijft altijd bij het schip, het MMSI-nummer en de roepnaam kunnen veranderen.
De drie nummers naast elkaar
| Gegeven | Vorm | Waarvoor | Verandert het? |
|---|---|---|---|
| MMSI | 9 cijfers | Identificeert de radio- en AIS-zender van het schip | Ja, onder meer bij een andere vlag |
| IMO-nummer | “IMO” plus 7 cijfers | Identificeert het schip zelf, zijn hele leven lang | Nee, ook niet bij een nieuwe naam, vlag of eigenaar |
| Roepnaam (call sign) | Letters en cijfers | Radio-identificatie, toegekend door het vlagland | Ja, bij een andere vlag |
MMSI: het nummer van de zender
MMSI staat voor Maritime Mobile Service Identity. Het is een nummer van negen cijfers dat bij de radio- en AIS-apparatuur van een schip hoort. Elk AIS-bericht dat een schip uitzendt, bevat dit nummer. Daarom is het MMSI-nummer het nummer dat trackingkaarten als eerste kennen.
De eerste drie cijfers vormen de MID (Maritime Identification Digits). Die geven het vlagland aan. Voor Nederland zijn dat 244, 245 en 246. Een MMSI dat met een van die drie begint, hoort dus bij een schip onder Nederlandse vlag.
Omdat die eerste cijfers bij de vlag horen, krijgt een schip dat van vlag wisselt een nieuw MMSI-nummer. Zoek je een schip dat onlangs is verkocht, dan kan een oud MMSI-nummer niets meer opleveren.
IMO-nummer: het nummer van het schip
Het IMO-nummer bestaat uit de letters IMO met daarachter zeven cijfers. Het wordt toegekend wanneer het schip wordt gebouwd en blijft daarna bij het schip, ook als naam, vlag of eigenaar veranderen. Een IMO-nummer wordt nooit aan een ander schip gegeven.
Niet elk vaartuig heeft er een. Volgens de IMO geldt de regeling voor passagiersschepen vanaf 100 brutoton en vrachtschepen vanaf 300 brutoton. Kleine schepen en de meeste binnenvaartschepen hebben dus geen IMO-nummer. Binnenvaartschepen hebben in plaats daarvan een Europees scheepsnummer (ENI).
Praktisch: zoek je een zeeschip terug dat je jaren geleden zag, gebruik dan het IMO-nummer. Dat is het enige van de drie dat zeker niet is veranderd.
Roepnaam: de naam over de radio
De roepnaam (in het Engels: call sign) is de identificatie van een schip in radioverkeer. Het vlagland kent hem toe uit een reeks die de Internationale Telecommunicatie-Unie (ITU) aan dat land heeft gegeven. Nederland heeft de reeks van PA tot en met PI. Een roepnaam die met een van die letters begint, wijst dus op de Nederlandse vlag.
Voor het volgen van schepen is de roepnaam minder handig dan de twee nummers. Hij is wel nuttig als controle: komen MMSI, roepnaam en vlag overeen, dan heb je vrijwel zeker het juiste schip.
Welk nummer gebruik je wanneer?
- Je ziet een schip nu op de kaart en wilt het later terugvinden: noteer het IMO-nummer als het er een heeft, anders het MMSI-nummer.
- Je zoekt een schip waarvan je alleen de naam kent: zoek eerst op naam en controleer daarna het IMO-nummer. Namen bestaan vaak meerdere keren.
- Je wilt weten onder welke vlag een schip vaart: kijk naar de eerste drie cijfers van het MMSI-nummer.
- Het gaat om een binnenvaartschip: verwacht geen IMO-nummer; het MMSI-nummer en het ENI-nummer zijn dan de bruikbare nummers.
Een stappenplan om een schip op te zoeken staat in Hoe vind en volg je een specifiek schip?. Vind je een schip niet, lees dan Waarom zie ik een schip niet op de kaart?
Bronnen
- IMO, IMO Ship Identification Number Scheme (opbouw, blijvend nummer, welke schepen).
- MarineTraffic Support, “How does MarineTraffic identify a vessel’s flag and country?” (MMSI van 9 cijfers, MID 244, 245 en 246 voor Nederland).
- ITU, toewijzing van internationale roepnaamreeksen (PA tot en met PI voor Nederland).

